„Das Innennest besteht aus Grasrispen und einer Auskleidung der Mulde mit trockenen Blättern.“
„Het binnennest bestaat uit graspluimen en een bekleding van de nestkom met droge bladeren.”
„Auf reichlich Moos, Fasern und Flechten wird ein Innennest errichtet, das mit Haaren und Wolle weich gepolstert ist.“
„Op rijkelijk mos, vezels en korstmossen wordt een binnennest gebouwd, dat zacht met haren en wol is bekleed.”