Tasche, die innen an einem Kleidungsstück oder einer Tasche angebracht und von außen nicht zu sehen ist
„Joe holte einen kleinen Bolzenschneider aus der Innentasche seiner Jacke und zertrennte damit einen Stacheldraht.“
“Joe haalde een kleine boutenschaar uit de binnenzak van zijn jas en knipte daarmee een prikkeldraad door.”
„Dann würde er nonchalant seine Hand in die Innentasche stecken, den Pass ohne Eile herausziehen und ihn vermutlich auf den Tisch werfen.“
“Dan zou hij nonchalant zijn hand in de binnenzak steken, zonder haast het paspoort tevoorschijn halen en het vermoedelijk op tafel gooien.”