„Er brachte ihm Skat, Jass, Tarock und Poker bei; – Skat für Emigranten; Jass für die Schweiz; Tarock für Österreich; und Poker für alle anderen Fälle.“
„Hij leerde hem skat, jass, tarock en poker; – skat voor emigranten; jass voor Zwitserland; tarock voor Oostenrijk; en poker voor alle andere gevallen.“
2
uitblinker- persoon die iets uitzonderlijk goed kan