„Das Käseomelett vor dem Zusammenklappen mit etwa 1 EL feinen Schinkenstreifen (roh oder gekocht), zerpflücktem Räucherfisch oder auch mit blanchierten Spinatstreifen gleichmäßig belegen.“
„Beleg de kaasomelet voor het dichtklappen gelijkmatig met ongeveer 1 el fijne hamreepjes (rauw of gekookt), geplukte gerookte vis of ook met geblancheerde spinaziereepjes.“
„Vom Käseomelett ging eine wohlige Wärme aus. Der Salat war knackig und hatte etwas Schärfe.“
„Van de kaasomelet ging een weldadige warmte uit. De sla was knapperig en had wat pit.“