„Jeden zweiten, dritten Sonntag sei er zu ihr zum Essen gekommen, sie habe ihm Bobotie und Kürbisküchlein gekocht oder Aprikosenhuhn, das waren seine Lieblingsspeisen.“
„Elke tweede, derde zondag kwam hij bij haar eten, ze had voor hem bobotie en pompoentaartjes gekookt of abrikozenkip, dat waren zijn lievelingsgerechten.“