„Der Kaffeefleck auf dem Boden war schwarz wie getrocknetes Blut.“
„De koffievlek op de vloer was zwart als gedroogd bloed.”
„Sie versuchte vergeblich, einen Kaffeefleck zu verdecken, den sie am Morgen übersehen hatte, den sie jetzt aber bemerkte.“
„Ze probeerde tevergeefs een koffievlek te verbergen die ze 's ochtends over het hoofd had gezien, maar die ze nu opmerkte.”