krustenreiches, knuspriges, sternförmig eingeschnittenes Weißgebäck ursprünglich aus Österreich
„Nun da es um sie stiller geworden ist und ihr Mann auch noch "kracht wie eine Kaisersemmel", müssen die beiden vom nicht unbeträchtlichen Ersparten leben.“
“Nu het stiller om haar is geworden en haar man ook nog kraakt als een kaiserbroodje, moeten de twee van het niet onaanzienlijke spaargeld leven.”
„Schon Kaiser Franz Josef erfreute sich an der handgewirkten Kaisersemmel.“
“Al keizer Frans Jozef genoot van het met de hand gevormde kaiserbroodje.”