Gruppe von Menschen, die zum Karnevals verkleidet und mit Festwagen eine Route durch eine Stadt marschieren/fahren
„Wegen der Corona-Pandemie haben sich die Narren in diesem Jahr mit einem Rosenmontag ohne Karnevalszüge abfinden müssen.“
"Vanwege de coronapandemie hebben de dwazen zich dit jaar moeten schikken in een rozenmaandag zonder carnavalsstoeten."
[Coronapandemie 2021:] „Der 6-jährige Henry aus Leverkusen hat sich bei uns gemeldet. Er will es nicht hinnehmen, dass keine Umzüge stattfinden und lädt alle Nachbarn zum Karnevalszug ein.“
"De 6-jarige Henry uit Leverkusen heeft zich bij ons gemeld. Hij wil er geen genoegen mee nemen dat er geen optochten plaatsvinden en nodigt alle buren uit voor de carnavalsstoet."