glottisklank- duitse benaming voor glottaal; medeklinker die in het strottenhoofd met de glottis (stemspleet) wordt gevormd
deutsche Bezeichnung für Glottal; Konsonant, der im Kehlkopf mit der Glottis (Stimmritze) gebildet wird
Im Deutschen gibt es zwei Kehlkopflaute: einen Kehlkopfverschlusslaut, den sogenannten Knacklaut: [ʔ], und einen Reibelaut, der im Kehlkopf gebildet wird, das [h].
In het Duits zijn er twee glottisklanken: een glottisslag, de zogeheten kraakklank: [ʔ], en een wrijfklank die in het strottenhoofd wordt gevormd, de [h].