„Sie stippte die Spitze ihres Fingers auf die Kekskrümel auf ihrem Teller und leckte sie ab.“
„Ze dipte de top van haar vinger op de koekkruimels op haar bord en likte ze af.“
„Zwei Tauben flatterten aufgeregt über der Plaza umher und schnappten Brot- und Kekskrümel vom Boden auf.“
„Twee duiven fladderden opgewonden rond boven het plein en pikten brood- en koekkruimels van de grond op.“