„Er starrte auf den ausgegrabenen Kellereingang und dachte an den sonderbaren kalten Schrecken, den er in der Straße mit dem Spiegelgeschäft gespürt hatte.“
„Hij staarde naar de uitgegraven kelderingang en dacht aan de vreemde kille schrik die hij had gevoeld in de straat met de spiegelwinkel.“