Sie fand ihre Mutter bewusstlos neben der Kellertreppe.
Ze vond haar moeder bewusteloos naast de keldertrap.
„Auf der obersten Stufe der finsteren Kellertreppe stand plötzlich ein Mann, der in nichts ihrem Phantasiegebilde glich, eher einem Gespenst ähnelte.“
„Op de bovenste trede van de donkere keldertrap stond plotseling een man, die in niets op haar fantasiebeeld leek, eerder op een spook.“