Er wäscht sich seine Hände mit Kernseife.
Hij wast zijn handen met huishoudzeep.
„Als meine Großmutter starb, besaß sie nur eine Stange Kernseife, damals in Polen Gold wert bei entsprechender Armut, und zwei Gardinen am Fenster, handgenäht vor siebzig Jahren.“
„Toen mijn grootmoeder stierf, bezat zij slechts een stuk huishoudzeep, toen in Polen bij de heersende armoede goud waard, en twee gordijnen voor het raam, zeventig jaar geleden met de hand genaaid.“