„Schneider schnitzte energisch an einem schlanken Kiefernast, dort, wo er saß, häuften sich die Späne zwischen seinen hochgezogenen Knien.“
„Schneider sneed energiek aan een slanke dennentak, waar hij zat hoopten de spanen zich op tussen zijn opgetrokken knieën.“
„Ein Kiefernast zerbarst in einem der Feuer und sprühte Funken in den klaren Abendhimmel.“
„Een dennentak barstte in een van de vuren en sproeide vonken in de heldere avondhemel.“