Beim letzten Herbstspaziergang sammelten wir viele Kienäpfel.
Tijdens onze laatste herfstwandeling verzamelden we veel dennenappels.
„Ein mächtiges Feuer aus Reisig und Kienäpfeln flammte im Saal.“
„Een geweldig vuur van rijshout en dennenappels laaide op in de zaal.“