„Roberts Vater, der noch immer mit dem silbernen Bleistift spielte, machte einige kauende Bewegungen mit den Kinnbacken, bevor er zum Sprechen ansetzte.“
“Roberts vader, die nog steeds met het zilveren potlood speelde, maakte enkele kauwende bewegingen met de kaken voordat hij begon te spreken.”
„Er hatte rote Flecken auf seinen Kinnbacken.“
“Hij had rode vlekken op zijn kaken.”