„Außerdem hatte Schneedorf ja seine mächtig tönenden Kirchenglocken, deren Ruf, wenn es zum Beispiel irgendwo brannte, auch noch im entferntesten Einödhof gehört wurde.“
„Bovendien had Schneedorf zijn machtig klinkende kerkklokken, waarvan de roep, als het bijvoorbeeld ergens brandde, ook nog op de verst afgelegen boerderij werd gehoord.“
„Entfernt nahm ich die Schläge einer Kirchenglocke wahr.“
„In de verte nam ik de slagen van een kerkklok waar.“