„Ein Verbum erfährt seine Kennzeichnung durch die Klasseme seiner Subjekte und seiner Objekte.“
„Een werkwoord krijgt zijn kenmerken door de klassemen van zijn subjecten en zijn objecten.“
„Klasseme sind zum Beispiel kontextuelle oder semantische Merkmale wie [+ belebt], [- human] als Klasseme für »Tier« oder »Pflanze«.“
„Klassemen zijn bijvoorbeeld contextuele of semantische kenmerken zoals [+ levend], [- menselijk] als klassemen voor »dier« of »plant«.“