„Er ist nicht der Klassenbeste, er wird von den anderen nicht besonders geschätzt, er trägt keine auffälligen Kleider: […]“
„Hij is niet de klassenbeste, hij wordt door de anderen niet bijzonder gewaardeerd, hij draagt geen opvallende kleren: […]“
„Volker war jetzt Klassenbester.“
„Volker was nu klassenbeste.“