weibliche Person, die mit anderen Personen in die gleiche Schulklasse geht oder ging
„Aber Feo musste die Unterprima wiederholen und wurde seine Klassenkameradin, sie saß direkt neben ihm:…“
„Maar Feo moest de bovenbouw opnieuw doen en werd zijn klasgenote, ze zat direct naast hem:…
„Klassenkameradinnen von Renate hatten Schmetterlinge und Blumen in das Album gemalt.“
„Klasgenotes van Renate hadden vlinders en bloemen in het album geschilderd.“