Ich brauche kein großes Auto, ein schicker Kleinwagen reicht mir vollkommen.
Ik heb geen grote auto nodig, een leuke kleine auto is voor mij ruim voldoende.
„Meine Mutter blickte dem grünen Kleinwagen meines Vaters nach, mit dem er losgefahren war, als er gesehen hatte, dass sich die Tür öffnet.“
“Mijn moeder keek de groene kleine auto van mijn vader na, waarmee hij was weggereden toen hij zag dat de deur openging.”