„Der Klepper war völlig von Sinnen - das war er, und das ist die lautere Wahrheit, und er wußte ganz und gar nicht mehr, was er tat.“
“De knol was volkomen buiten zinnen – dat was hij, en dat is de zuivere waarheid, en hij wist helemaal niet meer wat hij deed.”
„Wie ist es möglich, daß die Zeit so rasch verrinnt; denn sie dauerte weniger als einen Augenblick, und dabei waren die Pferde alte Klepper.“
“Hoe is het mogelijk dat de tijd zo snel verstrijkt; want hij duurde minder dan een ogenblik, en daarbij waren de paarden oude knollen.”