„In der Kloschüssel hing ein stinkendes Stück Duftseife im Plastikgitter.“
“In de toiletpot hing een stinkend stukje geurzeep in een plastic roostertje.”
„Beschützt vom Geräusch des Wassers, erbrach ich das Essen in die Kloschüssel.“
“Beschermd door het geluid van het water braakte ik het eten uit in de toiletpot.”