Ihr Leben in Knechtschaft als rechtlose und abgabepflichtige Heloten, eine Art an das Land gebundene Staatssklaven, wurde besiegelt.
Hun leven in slavernij als rechteloze en schatplichtige heloten, een soort aan de grond gebonden staatsslaven, werd bezegeld.
„Denn kaum irgendwo auf dem Kontinent ist zu dieser Zeit die Knechtschaft verboten.“
“Want bijna nergens op het continent is de slavernij in die tijd verboden.”