Der Beruf Bergarbeiter ist ein Knochenjob.
Het beroep van mijnwerker is een zware baan.
„Für die qualvolle Schlepperei bekommt die Zweiunddreißigjährige, die aussieht, als würde sie den Knochenjob seit mindestens vierzig Jahren machen, gerade mal 1,30 bis 1,70 Euro.“
“Voor het pijnlijke sjouwwerk krijgt de tweeëndertigjarige, die eruitziet alsof ze de zware baan al minstens veertig jaar doet, maar 1,30 tot 1,70 euro.”