längliches, mit Knöpfen versehenes Stoffstück an Hosen und Hemden an der zu schließenden Seite
„Er kleidet sich im Alltag europäisch, in Jeans und weichen Mokassins, das Hemd ist weit aufgeknöpft, eine Sonnenbrille in die Knopfleiste eingehakt, die krausen Haare meistens zum Zopf gebunden.“
"In het dagelijks leven kleedt hij zich Europees, in jeans en zachte mocassins, het overhemd wijd opengeknoopt, een zonnebril in de knoopbies gehaakt, het kroezige haar meestal in een staart gebonden."
„Erst beim Aufknöpfen der Hose werde der Besitzer mit dem dezenten Schriftzug an der inneren Knopfleiste an ihre Herkunft erinnert, grinst Brenninkmeijer.“
"Pas bij het openknopen van de broek wordt de eigenaar met het discrete opschrift aan de binnenste knoopbies aan de herkomst herinnerd, grijnst Brenninkmeijer."