„Ich zog den letzten Knust durch und durch verschimmelten Brotes vor.“
„Ik haalde het laatste, door en door beschimmelde kapje brood tevoorschijn.“
„Abschied ist ein scharfes Schwert. Und Abschnitt ist ein hartes Brot. Der Rest ist Scherzl oder Knust oder Ränftl oder wie man sonst noch zum Brotkanten sagt.“
„Afscheid is een scherp zwaard. En aansnijden is een hard brood. De rest is korstje of kapje of randje of hoe men de kant van het brood verder nog noemt.“