„Auf halber Brückendistanz warf er beiläufig die zerschossenen Kombinationsschlösser über die Brüstung in den Fluss.“
„Op halve bruglengte gooide hij nonchalant de kapotgeschoten combinatiesloten over de reling in de rivier.“
„›Ich wollte wissen, was es mit dem Tresor auf sich hat. Groß wie ein Kühlschrank, mit Kombinationsschloss.‹“
„›Ik wilde weten wat er met de kluis aan de hand was. Groot als een koelkast, met combinatieslot.‹“