„Statt Blumen verehrte er Martchen ein Kommißbrot und einen mordsmäßigen Schinken, den er in einer Papiertüte getragen hatte.“
„In plaats van bloemen vereerde hij Martchen een soldatenbrood en een geweldige ham, die hij in een papieren zak had gedragen.“
„Er läuft ins Haus, holt ein Kommißbrot und hält es hoch.“
„Hij loopt het huis in, haalt een soldatenbrood en houdt het omhoog.“