Ich gebe meiner Frau Kosenamen.
Ik geef mijn vrouw koosnaampjes.
„Stark gefühlsbetonte Äußerungen, dazu zählen Flüche, Beschimpfungen, Spott- und Spitznamen, aber auch Kosenamen, sind in einer Fremdsprache nicht leicht zu handhaben.“
„Sterk gevoelsmatig gekleurde uitingen, daartoe behoren vloeken, scheldwoorden, spot- en bijnamen, maar ook koosnaampjes, zijn in een vreemde taal niet gemakkelijk te hanteren.“