„Der Junge schlug die Augen auf und sah ein Gespenst in einem Krankenhauskittel vor sich, mit blinden und zugeschwollenen Augen, den Kopf rasiert und mit frischen Operationsnarben überzogen.“
„De jongen sloeg zijn ogen op en zag een spook in een patiëntenkiel voor zich, met blinde en opgezwollen ogen, het hoofd kaalgeschoren en bedekt met verse operatielittekens.“
„In der Ecke der Zelle sank er zu Boden, und dort ließen sie ihn im durchnässten Krankenhauskittel zurück, während sich das Metallgitter klirrend schloss.“
„In de hoek van de cel zakte hij op de grond, en daar lieten ze hem achter in de doordrenkte patiëntenkiel, terwijl het metalen hek kletterend sloot.“