„Normalerweise hat man ein Fahrrad, die ausrangierte Kaffeemaschine und allerlei Krimskrams im Keller.“
„Normaal heeft men een fiets, het afgedankte koffieapparaat en allerlei rommel in de kelder.“
„In die Ecke hinter ihrer Kasse hat sie Krimskrams gestellt: Fotos, Herzchen, eine Plastikbüste Kleopatras, einen Weihnachtsmann.“
„In de hoek achter haar kassa heeft ze rommel neergezet: foto's, hartjes, een plastic buste van Cleopatra, een kerstman.“