„Ein typischer Kuhfladen hat einen Durchmesser von etwa 30 cm und wiegt nass bis zu zwei Kilogramm.“
"Een typische koeienvlaai heeft een doorsnede van ongeveer 30 cm en weegt nat tot twee kilogram."
„Dort waren ausgetretene, verschlungene Pfade, die nach frischen Kuhfladen rochen.“
"Daar waren uitgesleten, kronkelende paadjes die naar verse koeienvlaaien roken."