„Val schob vier Kupfermünzen auf ihrer Handfläche hin und her.“
“Val schoof vier kopermunten op haar handpalm heen en weer.”
Ich lasse die Kinder das Pferd halten und stecke ihnen dafür ein paar Kupfermünzen zu.“
Ik laat de kinderen het paard vasthouden en stop ze daarvoor een paar kopermunten toe.