„Schiebt meine Vernunft nicht im Kurzweil herum.“
“Schuif mijn verstand niet zo voor tijdverdrijf heen en weer.”
„Freilich, du willst sie bei Namen nennen und liebkosen; du willst sie am Ohre zupfen und Kurzweil mit ihr treiben.“
“Natuurlijk, je wilt haar bij name noemen en liefkozen; je wilt haar aan het oor trekken en spelletjes met haar drijven.”