„›Da bist du aber auf dem Holzweg, Kuttenbrunzer!‹, geiferte eine grell geschminkte Dirne, die zehn Ellen gegen den Wind nach Zwiebeln roch.“
Je bent op het verkeerde pad, paap!, tierde een fel opgemaakte deerne die tien el tegen de wind in naar uien rook.
„Aber die Pfaffen haben ihnen verboten, die Wildschweinrotten abzuschießen. Damit sich die Kuttenbrunzer später, im Winter, umso besser auf ihren großen Treibjagden verlustieren können.“
Maar de pastoors hebben hun verboden de zwijnenrotten af te schieten. Zodat de papen zich later, in de winter, des te beter op hun grote drijfjachten kunnen vermaken.