Wir kaufen beim Fleischer Lammkeulen.
Wij kopen lamsbouten bij de slager.
„Am Rand des Tisches im Vordergrund liegen zwei Stücke Fleisch, eine große Lammkeule und ein kleines Kotelett.“
„Aan de rand van de tafel op de voorgrond liggen twee stukken vlees, een grote lamsbout en een kleine kotelet.“