„Wenn man für eine Reise packt, lohnt es sich, Taschen und Koffer von innen und außen mit ein wenig Lavendelwasser zu besprühen.“
„Als men voor een reis pakt, loont het de moeite tassen en koffers van binnen en buiten met een beetje lavendelwater te besproeien.“
„Sie kehrte mit einem sauberen Handtuch zurück und stellte eine Waschschüssel und eine kleine Schüssel mit Lavendelwasser vor ihm auf den Tisch.“
„Zij keerde met een schone handdoek terug en zette een waskom en een klein schaaltje met lavendelwater voor hem op tafel.“