laksheid- houding/gedrag laks/nalatig (lax) te zijn
Haltung/Verhalten, lasch/nachlässig (lax) zu sein
„Die Sitten einer gewissen Schicht sind ja heute, das kann man wohl sagen, auf dem Gipfel vorurteilsloser Freiheit, um nicht zu sagen zügelloser Laxheit angelangt.“
„De zeden van een bepaalde laag zijn vandaag, dat kan men wel zeggen, op het toppunt van vooroordeloze vrijheid aangekomen, om niet te zeggen van tomeloze laksheid.“