„Längs der Wände standen wacklige Tische auf Bambusbeinen, in der Mitte, auf dem glänzenden Linoleumboden, tanzten einige hemdärmelige Paare.“
„Langs de muren stonden wankele tafels op bamboepoten, in het midden, op de glanzende linoleumvloer, dansten enkele paren in hemdsmouwen.“
„Tränen rannen über ihre Wangen und tropften vom Kinn auf den grauen Linoleumboden.“
„Tranen liepen over haar wangen en drupten van haar kin op de grijze linoleumvloer.“