zeekoet- op het noordelijk halfrond wijdverbreide zeevogel, waarvan de bovenzijde zwart en de onderzijde wit gekleurd is
auf der Nordhalbkugel weit verbreiteter Meeresvogel, bei denen die Oberseite schwarz und die Unterseite weiß gefärbt ist
„Er hatte während der letzten Tage Wurzeln und Kräuter gegessen, auch mit glücklichen Schüssen zwei Lummen erlegt; aber er konnte nur das frische, warme Blut der Vögel trinken.“
"Hij had tijdens de laatste dagen wortels en kruiden gegeten, ook met gelukkige schoten twee zeekoeten gedood; maar hij kon alleen het verse, warme bloed van de vogels drinken."