„Die Formel für einen wunderbar buttrigen Mürbeteig lautet 3-2-1: drei Teile Mehl, zwei Teile Butter, ein Teil Zucker.“
„De formule voor een heerlijk boterig zanddeeg luidt 3-2-1: drie delen meel, twee delen boter, een deel suiker.“
„Immerhin nimmt der Teig tatsächlich eine Konsistenz an, die der eines Mürbeteigs nahekommt.“
„Het deeg neemt toch inderdaad een consistentie aan die die van een zanddeeg benadert.“