„Man macht einen Mürbteig, rollt ihn auf sauberem Blech zu einer runden, dünnen Platte aus, macht einen Rand darum und bäckt die Torte bei mäßiger Hitze gelbbraun.“
„Men maakt een zanddeeg, rolt het op een schone bakplaat uit tot een ronde, dunne plak, maakt er een rand omheen en bakt de taart bij matige hitte goudbruin.“