Sie traf das Mütterchen aus der Wohnung gegenüber vor dem Haus und half ihr die schweren Einkäufe die Treppe hinauf zu tragen.
Zij trof het oude vrouwtje uit de woning tegenover voor het huis en hielp haar de zware boodschappen de trap op te dragen.
„Ein gebeugtes Müterchen mit Pappschild stellt sich mir in den Weg.“
„Een gebogen oud vrouwtje met een kartonnen bordje verspert mij de weg.“