„Sie senkten die Köpfe über Teetassen in den Zimmern mit Blumen auf dem Tisch, Zuckerschalen, Milchkännchen, tasteten sich mit wohlmeinenden Worten voran.“
„Ze bogen de hoofden over theekoppen in de kamers met bloemen op tafel, suikerpotten, melkkannetjes, tastten zich met welwillende woorden vooruit.“