„Sie hatte etwas Wasser aus einer Flasche aus dem Minikühlschrank getrunken und eine halbe Stunde lang ferngesehen, irgendeinen Mist, bevor sie sich im Bad umgezogen hatte.“
„Ze had wat water uit een fles uit de minikoelkast gedronken en een halfuur tv gekeken, een of andere onzin, voordat ze zich in de badkamer had omgekleed.“