„Als ich gedankenversunken auf dem Beifahrersitz saß, wurde ich erneut von einer unbeherrschten Missfallensäußerung meines Schwagers unsanft aus den Gedanken heraus gerissen.“
„Toen ik in gedachten verzonken op de bijrijdersstoel zat, werd ik opnieuw door een onbeheerste uiting van mishagen van mijn zwager ruw uit mijn gedachten gerukt.“
„Mein Stöhnen, vom Publikum als Missfallensäußerung gedeutet und vielfach wiederholt, sabotierte die letzten Szenen.“
„Mijn kreunen, door het publiek als uiting van mishagen geduid en veelvuldig herhaald, saboteerde de laatste scènes.“