„Draußen aber heulte der Uhu sein monotones, schauriges Morgenlied, ein paar Wölfe antworteten aus weiter Ferne, und ein mattes Licht, das von dem östlichen Himmel ausging, kündeten den nahenden Morgen.“
„Buiten echter huilde de oehoe zijn monotone, huiveringwekkende ochtendlied, een paar wolven antwoordden uit verre verte, en een mat licht dat van de oostelijke hemel uitging, kondigde de naderende morgen aan.“
2
morgenlied- lied dat de verwachtingen benoemt die met de ochtend verbonden worden
Lied, das die Erwartungen nennt, die mit dem Morgen verbunden werden