„Ich roch die klare Morgenluft und die feuchte Wiese hinter der Straße.“
„Ik rook de heldere ochtendlucht en de vochtige weide achter de straat.“
„Dann ging ich die Straße hinunter und genoss die Morgenluft an meinem nackten Kopf.“
„Toen ging ik de straat af en genoot van de ochtendlucht aan mijn blote hoofd.“