„Als Canondah jedoch sich vor ihm niederließ und in die wohlbekannten Töne des Nachtgesanges ausbrach, schien sie ihre ganze Besonnenheit zu verlieren.“
„Toen Canondah zich echter voor hem neerzette en in de welbekende klanken van het nachtgezang uitbarstte, leek zij al haar bezonnenheid te verliezen.“